Onderzoeken
3.5 gem.Feiten en bronnen verzamelen over een onderwerp en wegen op betrouwbaarheid.
- Bevindingen met bronvermelding
- Betrouwbaarheid per bron
- Openstaande onzekerheden
Wat een agent moet kunnen per soort taak, welke invoer daarvoor nodig is en hoe we opdrachten scoren.
| Doel | Is het gewenste resultaat eenduidig? | gewicht 3 |
| Context | Is achtergrond en situatie meegegeven? | gewicht 3 |
| Invoer / bronnen | Weet de agent waar de feiten vandaan komen? | gewicht 3 |
| Scope & grenzen | Wat mag wel en wat niet? | gewicht 2 |
| Formaat | Vorm, lengte en structuur van de output? | gewicht 2 |
| Acceptatiecriteria | Wanneer is het goed genoeg? | gewicht 3 |
| Rol & toon | Wie spreekt, tegen wie? | gewicht 1 |
| Voorbeelden | Is er een referentie of voorbeeld? | gewicht 1 |
Feiten en bronnen verzamelen over een onderwerp en wegen op betrouwbaarheid.
Grote hoeveelheid materiaal terugbrengen tot de kern voor een specifieke lezer.
Bedragen, marges en staffels berekenen op basis van brondata.
Query's uitvoeren, patronen vinden en afwijkingen duiden.
Code aanpassen, testen en het effect van de wijziging aantonen.
Ontbrekende informatie boven tafel krijgen en vastleggen in een dossier.
Een tekst schrijven voor een bepaalde lezer, toon en kanaal.
Opties afwegen en een onderbouwd advies met risico's geven.
Terugkerend signaleren van afwijkingen en alleen melden wat ertoe doet.
Werk opsplitsen over sub-agents en de resultaten samenvoegen.